Op reis maar toch ook weer niet

•maart 5, 2018 • Geef een reactie

Het is al een flinke tijd geleden dat ik een berichtje heb geplaatst. En dat heeft zo zijn reden, daarover later meer, maar eerst nog een aanvulling op het voorgaande bericht. Ik was helemaal vergeten te vermelden dat we ook nog een plek hebben bezocht in het Navajo Indian Reservation waar je heel veel dinosaurussporen kunt zien.

Op de terugweg van de trip naar Page kom je langs een plek waar vroeger veel dino’s hebben geleefd. Deze plek ligt vlak bij de plaats Tuba City.  Er staat inmiddels wel een bord langs de kant van de weg, maar verder is het een een attractie zonder veel toeters en bellen.

 

Zodra we onze auto hebben geparkeerd komt een van de gidsen op ons af. Ze zal ons een rondleiding geven en na afloop mogen we zelf de prijs bepalen.  De ervaring leert dat de meeste bezoekers/toeristen meer geven  dan wat een redelijke vastgestelde toegangsprijs zou zijn. Er staan ook wat standjes waar je door de Navajo gemaakte oorbellen, kettingen, armbanden en ander zilverwerk kan kopen. De Navajo zijn bekende en ervaren zilversmeden met hun specifieke traditionele ontwerpen. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer jonge zilversmeden en zie je meer eigentijds werk.

Tijdens de rondleiding zien we sporen van diverse dino’s, waaronder de Dilophosaurus. Volgens de gids zou er ook een afdruk van een T-rex zijn, maar dat nemen we met een korrel zout, want deze dino’s leefden niet tegelijkertijd en de sporen kunnen dus nooit in dezelde steenlaag zitten, maar het is en blijft een bijzondere plek om te bezoeken. Dus als je ooit van Flagstaff naar Monument Valley rijdt met de auto (of op de fiets) neem dan zeker de tijd om deze plek te bezoeken.

 

Zoals ik al eerder heb aangegeven is ons plan om naar Santa Fé te gaan op de fiets. De weersverwachtingen zijn erg goed en de wind waait meestal uit het westen en dat betekent dus wind mee. We vertrekken wat later dan gepland, omdat we nog een paar dagen extra hebben geholpen met het reilen en zeilen van het huishouden i.v.m. ziekte van Brooke.

We besluiten om de eerste dagen via de interstate te rijden. Niet de mooiste weg, maar wel de kortste. Er lopen in dit gebied niet zoveel kleinere wegen van oost naar west. Wanneer we over de binnenwegen zouden gaan betekent dat al snel een paar honderd kilometer extra. En elke honderd kilometer is minstens een dag fietsen. We hebben niet zo heel veel tijd deze reis, omdat Ronald zich i.v.m. zijn nieuwe baan ook weer aan het aantal toegekende weken vakantie moet houden. Bovendien willen we nog vrienden bezoeken in Gallup en dat ligt langs de oude Route 66 en dus aan Interstate 40. Het betekent ook dat er onderweg meer mogelijkheden zijn om te overnachten en omdat ik nog niet helemaal topfit ben door de griep en de verkoudheden van de afgelopen twee maanden is het fijn als we met enige regelmaat een hotel kunnen nemen. Ik slaap dan iets beter en hopelijk zorgt die goede nachtrust er dan voor dat ik niet nog een keer door de griep of verkoudheid zal worden overvallen.

Het is best goed fietsen op de brede vluchtstrook van de snelweg. De auto’s die ons voorbij rijden gaan als het even kan naar de linkerrijbaan. Er is echter een groot nadeel en dat is dat in de restanten van de aan flarden  gereden autobanden die op de vluchtstrook liggen, nog stukjes staalgordel zitten. En deze kleine stukjes van heel dun ijzerdraad maken piepkleine gaatjes in onze banden. Zo klein dat het gaatje alleen te vinden is door de band in een teiltje (of in ons geval in een pannetje) met water te houden.  We plakken ons de blaren. Soms wel 8 lekke banden op een dag en dan vaak ook nog met 2 of soms wel 4 gaatjes in een band. Normaal gesproken verwisselen we als we lek rijden de binnenband en plakken we de lekke band aan het eind van de dag. Maar dat lukt deze keer niet omdat we daarvoor teveel lekke banden hebben. Dus moeten we langs de kant van de weg de band plakken  en dat kost extra tijd en de dagen zijn nog kort.

We zijn wel wat gewend, maar deze trip lijkt alle records te gaan verbreken. We zijn goed voorbereid vertrokken met drie doosjes plakkertjes en 2 extra binnenbanden, maar we maken ons toch een beetje zorgen of we de volgende winkel met plakkertjes wel gaan halen. We weten dat er sinds een paar jaar in Gallup een  fietsenwinkel is en daar kunnen we extra binnenbanden kopen en nog meer plakkertjes inslaan.

 

Onderweg komen we nog langs “Petrified Forest National Park” en besluiten daar onze lunch te gebruiken. Komt goed uit, want er staan een paar prima picknickbanken bij het bezoekerscentrum en daar maken wij graag gebruik van. Het park hebben we al meerdere keren op  eerdere reizen bezocht. Het is bekend door de vele versteende bomen.  Momenteel is dit een woestijngebied, maar ongeveer 225 miljoen jaar geleden waren hier laaggelegen moerasgebieden en enorme bossen met gigantische sequoia’s. Waarschijnlijk heeft een grote vulkaanuitbarsting dit gebied uiteindelijk verwoest. Boomstammen werden onder water door een dikke laag vulkaanas en modder begraven. De natuur zorgde ervoor dat het hout in kwarts veranderde en toen en het huidige landschap werd gevormd kwamen mede door wind- en watererosie de versteende boomstammen weer aan de oppervlakte te liggen.

Wanneer we na de lunch onze rit willen vervolgen blijkt dat Ronald een lekke band heeft, Die wordt snel geplakt en als we dan opnieuw klaarstaan om te vertrekken blijkt dat ook ik een lekke band heb. We halen water bij het bezoekerscentrum en plakken de banden. Een uur later dan we aanvankelijk  gepland hadden kunnen we eindelijk opstappen voor de rest van de etappe.

Na vier dagen zijn we in Gallup, waar we bij vrienden logeren. We worden twee dagen in de watten gelegd  en verwend met de heerlijkste maaltijden. Wij noemen dit altijd gekscherend ons beste hotel van de hele reis. En luchtfietsers kom je dus niet alleen in Nederland tegen maar tot onze verbazing ook in Gallup.

Ook dit jaar is er weer iets bijzonders te doen. Ik ga met Cecilia mee naar een lezing op de universiteit over Navajo Rugs (traditioneel geweven indiaanse kleden). Deze kunstvorm wordt van moeder op dochter doorgegeven en door de jaren heen zie je dan ook dat de kunst zich langzaam aanpast aan de nieuwe tijden. Traditionele patronen zijn nog steeds in trek, maar de jongere generatie heeft ook zijn eigen ideeen en inbreng.

 

De lezing is een onderdeel van een tentoonstelling van drie generaties weefsters uit een familie. De rugs van deze dames zijn van zo’n hoog niveau dat menig werk van hen te vinden is in het  Native Indian Art Museum in het Heard Museum in Phoenix en zelfs in het National Museum of the American Indian in Washington DC.

Na twee dagen kunnen we met Cecilia een stuk  meerijden. Zij is uitgenodigd door een bewoonster van Laguna Pueblo die bijzondere  quilts maakt. Quilten is een grote hobby van Cecilia en hierdoor heeft zij contact met andere quilsters.  De quilts van deze dame zijn zo bijzonder omdat ze gebruikt worden in bepaalde ceremonieen. Daarom mogen ze alleen aan mensen van Native komaf worden getoond. Laguna is een conservatieve en vrij gesloten gemeenschap. Ze leven in een traditioneel tribale samenleving van clans. Er zijn zo’n 7800 officieel geregistreerde bewoners.  En ook hier is het voor de bewoners een grote uitdaging een manier te vinden om een brug te slaan tussen de de moderne informatiemaatschappij  en de traditionele cultuur zonder deze geweld aan te doen.

We fietsen deze dag zo’n 90km en overnachten aan de oostkant van Albuquerque. De volgende dag zullen we de bergen ingaan richting Santa Fe via de ‘ Turqoise Trail’ . Daar komen we eindelijk op wat rustiger terrein.

We vertrekken na een goede nachtrust met een stralende zon. In de ochtend is het nog koud en hebben we handschoenen en een jack aan, maar al gauw warmt het op en rijden we weer in korte broek en t-shirt. Albuquerque licht op zo’n 1500 m hoogte, maar omdat we de bergen  in gaan klimmen we al snel naar  2000m en nog hoger.

Blijkbaar worden loslopende koeien hier met drones in de gaten gehouden of zouden het toch UFO’s zijn? We zitten tenslotte in New Mexico, waar ook de plaats Roswell ligt en aliens geen vreemden zijn. Wie weet???

Tijdens het klimmen merk ik dat mijn lichaam daar niet zo’n zin in heeft. Dat kan ik me wel voorstellen, want ik heb de laatste tijd niet veel kunnen fietsen en de griep en verkoudheid achtervolgt me al twee maanden. Naarmate de dag vordert voel ik dat het niet gaat zoals het kan en zou moeten. In Madrid een oud mijnwerkersdorp met op dit moment zo’n 300 inwoners (voornamelijk kunstenaars) houden we het voor gezien. We drinken een kop thee in een van de cafe’s en maken voor alle zekerheid een reservering voor een hotelovernachting in Santa Fé. Ook informeren we naar de mogelijkheid van een kampeerplek in de buurt van het dorp. We worden verwezen naar het park en het bijbehorende ‘sportcomplex’. Het stelt niet zoveel voor, maar voor ons een prima plek voor de tent. Ook horen we dat er elke werkdag een gratis bus naar Santa Fé rijdt vanuit het dorp. Deze vertrekt tussen 11.00 uur en 11.30 uur. Dat lijkt ons een prima idee, want ik merk dat het niet goed voor me is om morgen weer een bergetappe te moeten rijden. We zetten de tent op voordat het donker wordt, koken ons potje en kruipen op tijd de slaapzak in.

De volgende ochtend zorgen we dat we ruim op tijd voor de bus op de afgeproken plek aanwezig zijn. Zo op tijd zelfs dat we nog lekker een kop thee nemen op een terras in de zon, We genieten van de rust en aardige mensen in dit kleine dorp. In de V.S. is het heel vaak zo dat bussen een fietsenrek voor 3 fietsen voorop hebben. Heel handig wanneer zoals wij op de fiets bent en door omstandigheden de bus moet nemen. Na een uurtje komt de bus en zorg ik voor de tassen terwijl Ronald de fietsen op het rek plaatst. Dit moet je zelf doen, want het staat niet in de functieomschrijving van de chauffeur. Terwijl de bus ons naar Santa Fe brengt kijken wij naar buiten en vinden het heel jammer dat we deze mooie weg op deze manier moeten afleggen. We horen van de chauffeur dat je in Santa Fe voor $1.- de bus kunt nemen. Omdat ik me niet zo lekker voel, lijkt ons dat een goed idee. (Zou trouwens ook in Nederland  een goed idee zijn. Gewoon alle ritten in de stadsbus E.1,-. wel zo makkelijk voor iedereen).

We vinden al snel uit welke bus we moeten nemen naar het door ons besproken hotel en na 10 minuten wachten kunnen de fietsen ook hier weer voorop de bus en zorg ik dat alle fietstassen en de tent meegaan de in bus. De chauffeur vraagt waar we vandaan komen en is helemaal blij als hij hoort dat we uit Nederland komen. Zijn voorouders komen daar vandaan en als hij over een jaar met pensioen gaat, gaat hij zeker kijken in het land waar zijn roots liggen. Als dan ook nog blijkt dat hij muziek maakt in een band moeten er natuurlijk e-mailadressen worden uitgewisseld.  Hij laat ons, voor zover zijn route dat toelaat, zo dicht mogelijk bij het door ons gereserveerde hotel uitstappen. Of het een officiele halte is zullen we wel nooit te weten komen, maar vanaf de uitstapplek is nog zo’n 800m.

Maar op het moment dat ik de tassen uit de bus heb gehaald word ik zo ziek als een hond. Moet overgeven, maar mijn maag is leeg en ik kan bijna niet op mijn benen blijven staan. Ik moet eerst zo’n 10 minuten blijven zitten voordat ik heel voorzichtig 200m kan lopen. Dan moet ik weer overgeven, dus maar weer zitten en wachten totdat het iets beter gaat. Om een lang verhaal kort te maken, Na de derde keer overgeven kan ik echt niet meer. Mijn benen weigeren dienst en ik moet blijven zitten en later liggen. Gelukkig is het droog en schijnt de zon, want anders had ik het niet geweten. Na een half uur op straat te hebben gelegen gaat het iets beter en kan ik weer een klein stukje lopen. Ronald verplaatst intussen de bepakte fietsen een voor een en houdt mij in de gaten. We moeten nog 200m naar het hotel. Ik wist niet dat dat voor mij een bijna niet te overbruggen afstand is. Al met al hebben we er meer dan een uur over gedaan en moet ik bij aankomst in de lobby als de wiede weerga naar buiten omdat ik weer moet overgeven. We krijgen een kamer dichtbij de lobby zodat ik niet veel verder hoef te lopen. Nog een keer overgeven als ik in onze kamer ben en dan mijn bed in. Ik merk dat ik koorts heb, maar durf niet te drinken. Gelukkig is er een drogist vlakbij en ook een supermarket. Ronald haalt wat te eten voor zichzelf en een thermometer voor mij zodat we kunnen controleren hoe hoog de koorts is en of die hoger wordt in de loop van de dag.

Ik lig best lekker in dat warme bed en maak me nergens meer druk om. Ik heb meer dan genoeg aan mezelf. De koorts is behoorlijk en moeten we goed monitoren. Het is duidelijk dat we het met een of twee hotelovernachtingen niet gaan redden. Dus vraagt Ronald of we nog twee nachten kunnen bijboeken (in dezelfde kamer natuurlijk). Gelukkig dat is mogelijk.

Uiteindelijk heb ik drie dagen een stevige koorts gehad en een behoorlijk ‘jasje uit gedaan’. Na deze drie dagen begint de koorts langzaam te zakken. Het is wel duidelijk dat verder fietsen  niet mogelijk is. We moeten iets anders bedenken. Ronald vraagt of we nog een keer kunnen bijboeken en dat is mogelijk. Maar hoe komen we hier nu weg en terug naar Dirk? Er is maar een oplossing: een auto huren die we in Flagstaff kunnen inleveren. Het eerste verhuurbedrijf verhuurt alleen auto’s die ook weer in Santa Fe moeten worden ingeleverd. Maar bij de volgende is het geen probleem. Je betaalt dan wel de hoofdprijs, maar ja veel keus hebben we niet. Uiteindelijk ben ik na 6 dagen zover opgeknapt dat we naar Dirk terug kunnen. Daar toch maar naar de dokter gegaan en een antibiotica kuur van 10 dagen en pretnisolon voor 6 dagen meegekregen. Dat helpt gelukkig en nu maar hopen dat het echt over is en niet weer terug komt. Nu drie weken later gaat het een stuk beter, maar ik proef en ruik nog steeds niet helemaal goed.

De laatste week heb ik hier nog even kunnen ‘wintersporten’ (sneeuwruimen), want er viel zomaar twee keer een halve meter, maar omdat overdag de zon schijnt smelt de sneeuw inderdaad als sneeuw voor de zon. Het duurt dan ook niet langer dan een dag voordat de wegen weer sneeuwvrij zijn en ik nog een keertje naar Walnut Canyon National Monument kan fietsen.

 

 

Ronald is inmiddels alweer een week thuis en ik vlieg over drie dagen ook die kant uit. Als alles goed gaat ben ik donderdagochtend weer in Nederland.

 

Eindelijk op avontuur

•februari 1, 2018 • Geef een reactie

Het heft even geduurd, maar hier dan het eerste bericht van deze reis. Inmiddels ben ik al bijna 3 weken in de V.S. en Ronald ruim een week. Het waren me de weken wel. Eerst Dirk en de kindere griep. (inderdaad die vervelende) Na 5 dagen begon ook ik opnieuw en afgelopen weekend kreeg Brooke een ernstige keelontsteking. Dus nog maar een dagje langer gebleven om de nodige hand en span diensten te verlenen. Gelukkig gaat het nu iets beter (ook ik ben eindelijk van het hoesten af). Dus wordt het tijd om aan een nieuw avontuur te beginnen.

We hebben tussendoor al wel een korte trip gemaakt met Dirk en de kinderen in een ‘ Motorhome’ . Even naar Page om Lake Mead en ‘Horseshoe Bend’ te bekijken en er even lekker uit te zijn. Drie dagen  slapen, koken, eten en spelletjes doen in een auto  die van alle gemakken is voorzien. Zelfs de vriezer, magnetron en douche ontbreken niet. Een heel avontuur met een kleuter van vier en een baby van een halfjaar. De weergoden zijn ons tijdens deze trip zeer gunstig  gezind en we staan elke dag op met een strak blauwe lucht en een zon die al weer hoger aan de hemel staat. De temperatuur gaat met de dag omhoog. We genieten van het avontuur en leren Lila steentjes laten ketsen op het water van Lake Mead.

Gelukkig blijft het weer de komende weken heel stabile en gaan de temperaturen naar ongekende hoogte voor deze tijd van het jaar ( tussen de 15 en 22 graden Celsius). Dat heft ons doen besluiten om richting Santa Fe te gaan. Deze plaats ligt nogiets hoger dan Flagstaff en daardoor niet eenvoudig te bezoeken op een winterfietstocht. Meestal ligt er behoorlijk wat sneeuw, en dan wordt kamperen toch wel iets lastiger. Maar dit jaar is dus alles anders. Bijna geen sneeuw, ook hier in Flagstaff niet. Totaal maar twee keer zo’n 15cm. Dat smelt dan weer snel in de zon overdag . Best wel bijzonder om te zien dat er na twee weken op plekken waar de zon niet kan komen nog steeds sneeuw en ijs ligt, terwijl er op de plekken waar de zon wel komt alle sneeuw als sneeuw voor de zon is verdwenen.

Morgen stapen we op de fiets richting het oosten. Omdat de wind hier meestal uit het westen waait, dus ook nog wind in de rug. Dat wordt fietsen in de korte broek en t-shirt en dat in februari!!

Zodra we weer over stroom en internet beschikken zullen we verslag doen van ons avontuur.

Canyons en meer

•maart 6, 2017 • Geef een reactie

Na twee dagen kijken naar de regen vanuit ons hotel  is het tijd om verder te gaan. De weersverwachting geeft droog weer aan vanaf 10.00 uur. En inderdaad het  is droog als we vertrekken richting het oosten naar Page. De wind valt mee en de temperatuurmeter geeft een schamele 5 graden aan. Niet erg warm, maar als je doorfietst krijg je het vanzelf warm. We hebben  zo’n 90km voor de boeg door een soort ‘niemandsland’.  Dat wil zeggen er is vrijwel geen bewoning en daardoor ook geen voorzieningen als een tankstation of winkel. We zorgen ervoor dat we voldoende eten en drinken bij ons hebben voor twee dagen. En ook wat lekkers voor bij de thee-/koffiepauze, want het is tenslotte mijn verjaardag.

dscn1035

We zijn nog geen drie kwartier onderweg of het begint alweer te regenen. De wind wakkert aan en de temperatuur zakt naar 2 graden. Stoppen is geen optie, want er is geen mogelijkheid om te schuilen en dan wordt je nog kouder. Dus trappen we dapper door. Ik betrap mijzelf erop dat ik toch een beetje twijfel of ik dit wel een hele dag kan volhouden. Mijn handen worden zo verschrikkelijk  koud dat ik er geen gevoel meer in heb. Dat is lastig want bij het berg-op en berg-af rijden moet je steeds schakelen en soms in je remmen knijpen.  Ik bedenk dat een laagje plastic de wind kan tegenhouden en fiets verder met plastic zakken over mijn koude, natte handen. Gelukkig, dat helpt een beetje. En zowaar na ruim 2 uur klaart het weer een beetje op en wordt het droog.  We trappen nog een poosje door om op te drogen en vinden een geschikte plek voor de koffiepauze, want mijn verjaardag moet tenslotte ook nog gevierd worden.

img_20170212_125723

De rest van de dag blijft het redelijk droog. Het laatste stuk van de tocht rijden we door Staircase Escalante National Park. Een bijzonder mooie omgeving waar in het verleden menig western is opgenomen.

img_20170212_152301

dscn1040

dscn1039

dscn1045

Na 92km en één lekke band rijden we de camping op van een Guest Range. We vinden een droge plek om de tent op te zetten en genieten van een welverdiende warme douche.

img_20170213_164209

Wanneer we wakker worden ziet het er heel anders uit. De zon schijnt en de lucht is strak blauw en we fietsen door een prachtig landschap met rotsen in allerlei kleuren en tot de verbeelding sprekende vormen.

dscn1049

 

Om in Page te komen moeten we over de Glen Canyon Dam. Net zoiets als de bekende Hoover Dam, maar iets kleiner. Het betekent wel een mooie lange afdaling gevolgd door een stevige klim, want de dam is in de Colorado River gebouwd.

img_20170213_215858

We weten dat er een fijne camping is in Page en dat het weer de komende dagen heel goed zal blijven en willen hier dan ook  twee dagen  blijven. Er is in deze omgeving veel moois te zien en daar moet je tijd voor uittrekken. We besluiten niet naar de overbekende en veelvuldig door toeristen bezochte Antelope Canyon te gaan, maar Waterhole Canyon te bezoeken. Hiervoor moeten we eerst een permit halen bij het ‘Chapter House’. Deze canyon ligt in het Navajo Indian Reservation en het is  niet toegestaan je buiten de doorgaande wegen te begeven zonder permit..  Na enig zoeken vinden we het kantoortje en krijgen we na het invullen van een formulier en het voldoen van het vereiste bedrag  de begeerde permit.

dscn1053

We kunnen op pad! Eerst brengen we nog een bezoek aan ‘ Horseshoe Canyon’. Zoals de naam al doet vermoeden een canyon in de vorm van een hoefijzer. Dat fenomeen is ons niet onbekend, want in Goose Necks State Park dat we op een eerdere reis hebben bezocht, heeft de San Juan River een dubbel hoefijzer uitgesleten uit de rotsen. Het bijzondere van Horse Shoe is echter dat langs de rivier aan de voet van de canyon bomen en struiken groeien.

dscn1058

Dan begint het avontuur. We bereiken de plek langs de weg waar we de fietsen kunnen achterlaten en het pad begint naar Waterhole Canyon. Eigenlijk moeten we de permit zichtbaar achter de voorruit leggen, maar ja die hebben we niet. Aan de fiets plakken is ook geen optie, want dan kan ie er worden afgehaald, of wegwaaien. We besluiten de permit bij ons te houden, zo kunnen we hem altijd laten zien als ernaar gevraagd wordt. Het pad wordt aangegeven door kleine stapeltjes stenen die op zo’ n 10 meter van elkaar liggen. Soms is het een beetje lastig om te zien waar het pad heen gaat, maar we vinden het steeds weer. Na ongeveer 750 meter bereiken we de plek waar we de canyon in kunnen. Hiervoor moeten we een schuine stenen helling af en ik gebruik mijn handen en voeten om niet uit te glijden. De wereld waar we dan in komen lijkt wel van een andere planeet. Allerlei variaties van rode zandstenen rotsen, die de meest wonderlijke vormen hebben aangenomen onder invloed van het water dat via deze canyon wordt afgevoerd.

dscn1062

img_20170214_141311

Minstens twee uur wandelen, klimmem en klauteren we door de canyon, die onder invloed van het veranderende zonlicht een diepe indruk op ons maakt. We zijn dankbaar dat we dit mogen aanschouwen en genieten van de stilte. We komen geen mens tegen. Heel wat anders dan Antelope Canyon, waar je alleen met een georganiseerde tour naartoe kunt. Met busladingen tegelijk worden daar dag in dag uit mensen naartoe gebracht. Nee, we zijn blij dat we deze beslissing hebben genomen.

img_20170214_143918

dscn1079

dscn1085

dscn1077

img_20170214_143216-klein

Na al dit moois, wordt het tijd om verder te gaan. Het weer zal nog een dag of twee  goed blijven, maar daarna worden er drie dagen met buien  verwacht. Dat betekent dat we een geschikte plek moeten vinden waar iets te doen en te zien is. We zijn op zo’n twee dagen fietsen van Tuba City. Een iets groter dorp in het Navajo Indian Reservation, met een museum en een bezoekers informatie centrum, maar ook een supermarkt en verschillende restaurants. We gaan ervan uit dat we ergens onderweg wel kunnen vragen of we onze tent mogen opzetten. Dat is ons tot nu toe altijd nog gelukt, dus dat zal nu ook wel weer lukken.

img_20170215_135731

En inderdaad. In The Gap worden we bij navraag verwezen naar het Chapter House en mogen we na het invullen van onze naam en het ondertekenen van een formulier de tent naast het gebouw  bij de picknickbanken neer zetten. We mogen ook  ons water aanvullen. En zo kamperen we dus weer eens op een niet alledaagse plek.

img_20170215_170127

In Tuba City bezoeken we de historische tradingpost met een museum geheel gewijd aan de Tweede wereldoorlog en de belangrijke rol daarin van de Navajo Code Talkers. Deze groep van meer dan 400 Navajo’s spraken vloeiend Engels en Navajo. Een zeer gecompliceerde taal waar de klemtoon en uitspraak heel precies moeten kloppen. Die taal hebben ze gebruikt om een code te ontwikkelen waarmee geheime boodschappen konden worden overgebracht.  Deze code is nooit gekraakt. Er wordt wel gezegd dat zij ervoor gezorgd hebben dat de V.S. konden winnen van Japan. Nadat de oorlog was afgelopen werden ze bedankt voor hun diensten en gingen ze terug naar het Reservaat. Ze mochten nergens over praten, want de code zou in de toekomst mogelijk opnieuw gebruikt kunnen worden. Pas na 23 jaar mochten ze contact opnemen en met elkaar en praten over het verleden. Ook is er een associatie opgericht. De erkenning van de overheid kwam pas in December 2000.

4a42b4ae6a66ac5c06cf7a45ce02f7b5-code-talkers

 

Navajo Code Talkers stand and salute as the colors are posted during Code Talkers Day event in Window Rock, Ariz., Aug. 14. Photo courtesy of Morris Bitsie

Navajo Code Talkers stand and salute as the colors are posted during Code Talkers Day event in Window Rock, Ariz., Aug. 14. Photo courtesy of Morris Bitsie

Tijdens het boodschappen doen raken we aan de praat met een oudere Navajo dame, die ons er op attent maakt dat er de volgende dag indiaanse dansen zijn in het nabij gelegen Hopi Indian Reservation. De dansen worden gehouden in verband met de initiatieceremonie van de jongens en meisjes van 12/13 jaar. Ze vertelt dat haar kleindochter en kleinzoon meedoen in de ceremonie.  Het is  heel bijzonder om dat een keer te mogen aanschouwen. Een Pow Wow hebben we wel eerder meegemaakt. Dat is meer een samenkomen van verschillende stammen en volken, maar dit is iets van een veel persoonlijker en intiemere orde. De Hopi zijn vriendelijk en tegelijkertijd gereserveerd. Zo mag er in de dorpen beslist niet gefotografeerd worden en wordt je geacht je als gast respectvol te gedragen.

kachina-1

Bij het binnenkomen van het dorp vragen we voor alle zekerheid aan de politieagent of het is toegestaan dat we kijken. Hij  belt voor ons om het na te vragen. Als we zijn uitgenodigd, zegt hij, mogen we kijken, maar geen foto’s drukt hij ons op het hart. We fietsen door tot het centrale plein, waar de Kiva zich bevindt. Een Kiva is een ondergrondse ruimte die gebruikt wordt voor spirituele ceremonies.  In het geloof van de Hopi spelen  bovennatuurlijke wezens (Kachina’s) een belangrijke rol. Tijdens de ceremonies worden deze wezens vertegenwoordigd door de  Kachina-Dancers (gemaskerde leden van de gemeenschap).

kachina

Het hele dorp is uitgelopen en vanuit de verre omtrek zijn familie en vrienden gekomen om deze belangrijke gebeurtenis van de jongens en meisjes bij te wonen. Wij houden ons op de achtergrond en wachten af wat er gaat gebeuren. Na ongeveer een half uur komen de Kachina-Dancers in hun meest prachtige kostuums uit de ondergrondse Kiva tevoorschijn. Ze dansen op het ritme van de drum totdat iedereen naar boven is gekomen. Hierna volgt onder het zingen en dansen vier keer een rondgang door het dorp, waarna alle deelnemers worden gezegend en weer de Kiva ingaan. De drumslagen blijven ritmisch doorgaan. Dan worden alle meisjes en jongens die die ochtend hebben deelgenomen aan de initiatie ceremonie opgesteld in een rij. Ze zijn blootsvoets en dragen  speciale kleding voor deze ceremonie.  Ze worden allemaal geflankeerd door een man (vader,oom,opa?) en een vrouw (moeder, tante,oma?) en worden een voor een naar de ingang van de Kiva geleidt door beide volwassenen, waarna de vrouw weggaat en de mannelijke begeleider mee naar beneden gaat.

kachina-2

131303-400x300-hopidance

Het is een heel bijzonder schouwspel en we zijn onder de indruk van het respect dat getoond wordt door de omstanders. Het valt ons op dat er ook door de Hopi zelf geen foto’s worden gemaakt, ook niet met een telefoon. Het is al bijna donker wanneer we diep onder de indruk  terugkeren naar onze tent. Helaas geen foto’s dus.

Al met al viel het reuze mee met de regen en zijn we klaar voor de laatste paar dagen fietsen. Als het goed is nog een dag met een paar buien. Om op alles voorbereid te zijn hebben we iets bedacht om droge en vooral warme handen te houden. We kopen twee paar rubber huishoudhandschoenen die we aantrekken over onze gewone handschoenen heen. Zo blijven de handschoenen droog en onze handen warm. Bovendien zijn we zo ook nog extra goed te zien!

dscn1091

Omdat we verwachten nat te regenen en we al meer dan zeven nachten hebben gekampeerd hebben we een hotel besproken in Cameron. Kunnen we indien nodig alle kleding weer drogen en hoeven we de dag daarna geen natte tent mee te nemen. Het hotel ligt aan de Little Colorado River en beschikt over een winkel met een zeer uitgebreide collectie Native American kunst.

img_20170220_101847

Cameron ligt op nog geen uur rijden  van Flagstaff, daarom komt Dirk samen met Lila een bezoekje brengen. Heel gezellig om elkaar na drie weken weer te zien en we kunnen meteen de spullen die we niet meer nodig hebben meegeven. Scheelt weer wat gewicht. We gaan die avond op tijd slapen, want morgen wordt een zware dag.

img_20170220_102041

We staan op tijd op en na een goed ontbijt beginnen we aan onze klim. We moeten we niet alleen 100km fietsen, maar ook nog eens klimmen van 1200m naar 2200m. Het landschap is weids en groots. Gaandeweg zal dat veranderen. Hoe hoger we komen hoe meer begroeiing er is. Eerst struiken en later jeneverbes- en dennenbomen. We houden een koffie- en lunchpauze en om 15.10 uur bereiken we de ingang van het park. Is dat even boffen het is ‘Presidents Day’ en dat betekent dat we gratis naar binnen mogen. Dat scheelt zomaar   $30,-

dscn1092

dscn1093

Het grootste gedeelte van de klim hebben we dan gehad. Nog zo’n 42km naar de camping, Als we niet al teveel meer hoeven te klimmen moet dat lukken voordat het donker is, maar het lukt Ronald amper om mij bij te houden berg-op. Ik kijk steeds in mijn spiegel en zie hem steeds verder bukken over zijn stuur. Hoe kan dat nou? Hij is veel sterker dan ik. Na een aantal kilometers besluit ie om wat te eten. Goed eten is heel belangrijk op de fiets en zeker als je behoorlijk wat kracht moet leveren zoals vandaag. Daarom hebben we altijd ‘noodvoer’  bij de hand. Meestal iets van koek of bananen. En ja hoor de laatste 30km gaan weer als vanouds. Ik moet mijn best doen om bij te blijven.

img_20170220_172000

img_20170220_161345

Net voor donker rijden we de camping op en bemachtigen we een plekje toevallig naast mensen die we de dag daarvoor gesproken hebben. Ze herkennen ons en we worden uitgenodigd voor het avondeten in hun caravan. Wat boffen we na zo’n lange dag. We hebben een gezellige avond en vallen uiteindelijk moe maar voldaan in een diepe slaap.

img_20170221_101901

Bij het ontbijt schuiven onze buren aan. We wisselen fietservaringen uit onder het genot van een kop thee uit een pot met een heuse theemuts  en voor we het ons realiseren is het tijd om te vertrekken. Maar niet voordat we hebben afgesproken dat zij beslist een keer in Nederland moeten komen fietsen. Wij hebben fietsen genoeg en dat maakt het aanbod wel aantrekkelijk voor ze.

We verlaten het Grand Canyon National Park via de andere ingang en rijden genietend van het mooie weer op ons gemak naar de laatste overnachtingsplaats van de reis. We zijn al vroeg op de plaats van bestemming en besluiten voordat we de tent gaan opzetten om onze lunch te gebruiken op de picknickbank van het nabij gelegen tankstation. We zitten lekker in het zonnetje en zien in de verte de lucht steeds verder betrekken. Het wordt steeds donkerder en we kijken elkaar aan en hebben dezelfde gedachte. Naast het tankstation is een hotel. Zullen we……? Ronald gaat eerst informeren naar de prijs, want in deze toeristische omgeving is die vaak heel anders dan we gewend zijn. Het valt mee en we twijfelen geen moment. We krijgen een kamer op de begane grond en vlak voordat de bui losbarst rollen we onze fietsen naar binnen. We doen de TV aan en laten ons bijpraten over de dagelijkse commotie die Trump veroorzaakt. Het lijkt wel een soap.

Bij het opstaan staat de zon aan de hemel en is er niets meer te zien van de enorme hoosbui die gisteren is overgekomen. De laatste etappe! We zitten op 1600m hoogte en moeten naar 2100m, maar tussendoor is er een stuk van ruim 2400m hoogte. Dus dat wordt klimmen. Er wordt harde wind verwacht. Het eerste stuk valt erg mee. De wind is nog niet op volle kracht en de richting van waaruit die waait is niet geheel ongunstig. Zo moet het lukken. Maar zoals altijd, wakkert de wind ook deze keer behoorlijk aan en als de weg dan ook nog eens een bocht maakt en het stijgingspercentage toeneemt, moeten we stevig aan de bak. De lucht betrekt langzaam en we gebruiken de laatste zonnestralen voor een koffiepauze.

Het wordt kouder en we passen ons tempo noodgedwongen aan. Wanneer we hoger komen ligt er steeds meer sneeuw en tenslotte op 2400m ligt er nog een heel pak. De weg is schoon, maar de temperatuur zakt naar het vriespunt. We hebben trek en willen graag lunchen, maar zomaar in de sneeuw zitten is niet zo handig. Gelukkig zien we na verloop van tijd een piepklein kapelletje langs de weg staan. We stoppen en controleren of de deur open is. “En ja.. van Gods huis is de deur altijd open”. Zelfs op 2400m hoogte voor een paar verkleumde fietsers. We gebruiken het altaar als tafel en nemen plaats op een van de bankjes die er staan. We hebben op heel bijzondere plekken gelunched, maar nog nooit in een kerk(je). Het smaakt prima en dankzij de thee warmen we lekker op.

Het allerlaatste stuk gaan we voornamlijk heuvel af, dus schieten we lekker op. Het venijn zit hem ook deze keer weer in de staart, want bij binnenkomst in Flagstaff moeten we een korte maar heel stijle heuvel op. Volgens Ronald wel 20%. Mijn voorwiel komt bijna los van de grond, maar het lukt ons beiden om zonder afstappen boven te komen. Nu nog twee heuvels en we zijn weer ‘thuis’. We laten ons niet kennen en trappen onverstoord door. De laatste heuvel begeleidt door Dirk en Lila in de auto. Lila vraagt of we meegaan naar haar huis? Ja natuurlijk . Ze lacht en is blij. Een betere afsluiting van de tocht kunnen we ons niet  voorstellen.

We hebben nog twee weken voordat we weer naar huis gaan. Dat betekent eerst uitrusten en zodra het weer het toelaat nog een paar goede fietstritten in de omgeving van Flagstaff. Maar daar moeten we nog even op wachten want er is voor de komende dagen meer dan een halve meter sneeuw voorspelt.

img_20170228_084128

 

En inderdaad er valt opnieuw zoveel sneeuw dat de scholen weer gesloten zijn en wij op Lila mogen passen en natuurlijk lekker sneeuw scheppen. Gelukkig is de temeratuur overdag boven 0 en na twee dagen zijn de wegen weer helemaal schoon. Dat komt goed uit, want er is nog één ding dat we graag willen zien. De Grand Falls in het Navajo Indian Reservation. Een waterval in de Little Colorado River midden in de woestijn. Met zijn 56 meter hoogte is deze waterval groter dan de Niagara waterval, maar lang niet zo bekend. Dat komt gedeeltelijk omdat er maar een paar perioden per jaar genoeg water door de Little Colorado River stroomt om van een een echte ‘water’val te kunnen spreken. Dit is na de winter als het smeltwater uit de Bergen komt en tijdens het regenseizoen in de zomer. De Grand Falls zijn vooral bekend door het bruin gekleurde water. Dit wordt veroorzaakt door de modder die wordt meegevoerd met het water. De bijnaam is dan ook The Chocolate Factory.

img_20170304_115649

Gelukkig heeft Dirk een 4-wiel aangedreven auto, want de waterval is alleen bereikbaar via een overharde weg van 16km. En na de sneeuwval en regen van de afgelopen periode weten we niet wat de conditie van deze weg zal zijn.

Wanneer we uit de auto stappen horen we het geraas van het water al. We lopen de honderd meter naar de rand en staren sprakeloos naar dit bijzondere natuur fenomeen. Een grote waterval middenin de woestijn. Hier hebben we zeker drie jaar op gewacht.  We zijn er stil van en blijven een uur om de waterval van alle kanten te bekijken en te fotograferen.

img_20170304_123521

img_20170304_121314-1

img_20170304_115933

img_20170304_124306

Nu resten nog een paar dagen die we zullen gebruiken om kadootjes voor het thuisfront te kopen. De spullen die hier blijven moeten worden opgeborgen en de fietsen schoongemaakt. Woensdag vliegen we terug nar Nederland, waar we (als alles goed gaat)donderdagavond zullen aankomen.