Op reis maar toch ook weer niet

Het is al een flinke tijd geleden dat ik een berichtje heb geplaatst. En dat heeft zo zijn reden, daarover later meer, maar eerst nog een aanvulling op het voorgaande bericht. Ik was helemaal vergeten te vermelden dat we ook nog een plek hebben bezocht in het Navajo Indian Reservation waar je heel veel dinosaurussporen kunt zien.

Op de terugweg van de trip naar Page kom je langs een plek waar vroeger veel dino’s hebben geleefd. Deze plek ligt vlak bij de plaats Tuba City.  Er staat inmiddels wel een bord langs de kant van de weg, maar verder is het een een attractie zonder veel toeters en bellen.

 

Zodra we onze auto hebben geparkeerd komt een van de gidsen op ons af. Ze zal ons een rondleiding geven en na afloop mogen we zelf de prijs bepalen.  De ervaring leert dat de meeste bezoekers/toeristen meer geven  dan wat een redelijke vastgestelde toegangsprijs zou zijn. Er staan ook wat standjes waar je door de Navajo gemaakte oorbellen, kettingen, armbanden en ander zilverwerk kan kopen. De Navajo zijn bekende en ervaren zilversmeden met hun specifieke traditionele ontwerpen. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer jonge zilversmeden en zie je meer eigentijds werk.

Tijdens de rondleiding zien we sporen van diverse dino’s, waaronder de Dilophosaurus. Volgens de gids zou er ook een afdruk van een T-rex zijn, maar dat nemen we met een korrel zout, want deze dino’s leefden niet tegelijkertijd en de sporen kunnen dus nooit in dezelde steenlaag zitten, maar het is en blijft een bijzondere plek om te bezoeken. Dus als je ooit van Flagstaff naar Monument Valley rijdt met de auto (of op de fiets) neem dan zeker de tijd om deze plek te bezoeken.

 

Zoals ik al eerder heb aangegeven is ons plan om naar Santa Fé te gaan op de fiets. De weersverwachtingen zijn erg goed en de wind waait meestal uit het westen en dat betekent dus wind mee. We vertrekken wat later dan gepland, omdat we nog een paar dagen extra hebben geholpen met het reilen en zeilen van het huishouden i.v.m. ziekte van Brooke.

We besluiten om de eerste dagen via de interstate te rijden. Niet de mooiste weg, maar wel de kortste. Er lopen in dit gebied niet zoveel kleinere wegen van oost naar west. Wanneer we over de binnenwegen zouden gaan betekent dat al snel een paar honderd kilometer extra. En elke honderd kilometer is minstens een dag fietsen. We hebben niet zo heel veel tijd deze reis, omdat Ronald zich i.v.m. zijn nieuwe baan ook weer aan het aantal toegekende weken vakantie moet houden. Bovendien willen we nog vrienden bezoeken in Gallup en dat ligt langs de oude Route 66 en dus aan Interstate 40. Het betekent ook dat er onderweg meer mogelijkheden zijn om te overnachten en omdat ik nog niet helemaal topfit ben door de griep en de verkoudheden van de afgelopen twee maanden is het fijn als we met enige regelmaat een hotel kunnen nemen. Ik slaap dan iets beter en hopelijk zorgt die goede nachtrust er dan voor dat ik niet nog een keer door de griep of verkoudheid zal worden overvallen.

Het is best goed fietsen op de brede vluchtstrook van de snelweg. De auto’s die ons voorbij rijden gaan als het even kan naar de linkerrijbaan. Er is echter een groot nadeel en dat is dat in de restanten van de aan flarden  gereden autobanden die op de vluchtstrook liggen, nog stukjes staalgordel zitten. En deze kleine stukjes van heel dun ijzerdraad maken piepkleine gaatjes in onze banden. Zo klein dat het gaatje alleen te vinden is door de band in een teiltje (of in ons geval in een pannetje) met water te houden.  We plakken ons de blaren. Soms wel 8 lekke banden op een dag en dan vaak ook nog met 2 of soms wel 4 gaatjes in een band. Normaal gesproken verwisselen we als we lek rijden de binnenband en plakken we de lekke band aan het eind van de dag. Maar dat lukt deze keer niet omdat we daarvoor teveel lekke banden hebben. Dus moeten we langs de kant van de weg de band plakken  en dat kost extra tijd en de dagen zijn nog kort.

We zijn wel wat gewend, maar deze trip lijkt alle records te gaan verbreken. We zijn goed voorbereid vertrokken met drie doosjes plakkertjes en 2 extra binnenbanden, maar we maken ons toch een beetje zorgen of we de volgende winkel met plakkertjes wel gaan halen. We weten dat er sinds een paar jaar in Gallup een  fietsenwinkel is en daar kunnen we extra binnenbanden kopen en nog meer plakkertjes inslaan.

 

Onderweg komen we nog langs “Petrified Forest National Park” en besluiten daar onze lunch te gebruiken. Komt goed uit, want er staan een paar prima picknickbanken bij het bezoekerscentrum en daar maken wij graag gebruik van. Het park hebben we al meerdere keren op  eerdere reizen bezocht. Het is bekend door de vele versteende bomen.  Momenteel is dit een woestijngebied, maar ongeveer 225 miljoen jaar geleden waren hier laaggelegen moerasgebieden en enorme bossen met gigantische sequoia’s. Waarschijnlijk heeft een grote vulkaanuitbarsting dit gebied uiteindelijk verwoest. Boomstammen werden onder water door een dikke laag vulkaanas en modder begraven. De natuur zorgde ervoor dat het hout in kwarts veranderde en toen en het huidige landschap werd gevormd kwamen mede door wind- en watererosie de versteende boomstammen weer aan de oppervlakte te liggen.

Wanneer we na de lunch onze rit willen vervolgen blijkt dat Ronald een lekke band heeft, Die wordt snel geplakt en als we dan opnieuw klaarstaan om te vertrekken blijkt dat ook ik een lekke band heb. We halen water bij het bezoekerscentrum en plakken de banden. Een uur later dan we aanvankelijk  gepland hadden kunnen we eindelijk opstappen voor de rest van de etappe.

Na vier dagen zijn we in Gallup, waar we bij vrienden logeren. We worden twee dagen in de watten gelegd  en verwend met de heerlijkste maaltijden. Wij noemen dit altijd gekscherend ons beste hotel van de hele reis. En luchtfietsers kom je dus niet alleen in Nederland tegen maar tot onze verbazing ook in Gallup.

Ook dit jaar is er weer iets bijzonders te doen. Ik ga met Cecilia mee naar een lezing op de universiteit over Navajo Rugs (traditioneel geweven indiaanse kleden). Deze kunstvorm wordt van moeder op dochter doorgegeven en door de jaren heen zie je dan ook dat de kunst zich langzaam aanpast aan de nieuwe tijden. Traditionele patronen zijn nog steeds in trek, maar de jongere generatie heeft ook zijn eigen ideeen en inbreng.

 

De lezing is een onderdeel van een tentoonstelling van drie generaties weefsters uit een familie. De rugs van deze dames zijn van zo’n hoog niveau dat menig werk van hen te vinden is in het  Native Indian Art Museum in het Heard Museum in Phoenix en zelfs in het National Museum of the American Indian in Washington DC.

Na twee dagen kunnen we met Cecilia een stuk  meerijden. Zij is uitgenodigd door een bewoonster van Laguna Pueblo die bijzondere  quilts maakt. Quilten is een grote hobby van Cecilia en hierdoor heeft zij contact met andere quilsters.  De quilts van deze dame zijn zo bijzonder omdat ze gebruikt worden in bepaalde ceremonieen. Daarom mogen ze alleen aan mensen van Native komaf worden getoond. Laguna is een conservatieve en vrij gesloten gemeenschap. Ze leven in een traditioneel tribale samenleving van clans. Er zijn zo’n 7800 officieel geregistreerde bewoners.  En ook hier is het voor de bewoners een grote uitdaging een manier te vinden om een brug te slaan tussen de de moderne informatiemaatschappij  en de traditionele cultuur zonder deze geweld aan te doen.

We fietsen deze dag zo’n 90km en overnachten aan de oostkant van Albuquerque. De volgende dag zullen we de bergen ingaan richting Santa Fe via de ‘ Turqoise Trail’ . Daar komen we eindelijk op wat rustiger terrein.

We vertrekken na een goede nachtrust met een stralende zon. In de ochtend is het nog koud en hebben we handschoenen en een jack aan, maar al gauw warmt het op en rijden we weer in korte broek en t-shirt. Albuquerque licht op zo’n 1500 m hoogte, maar omdat we de bergen  in gaan klimmen we al snel naar  2000m en nog hoger.

Blijkbaar worden loslopende koeien hier met drones in de gaten gehouden of zouden het toch UFO’s zijn? We zitten tenslotte in New Mexico, waar ook de plaats Roswell ligt en aliens geen vreemden zijn. Wie weet???

Tijdens het klimmen merk ik dat mijn lichaam daar niet zo’n zin in heeft. Dat kan ik me wel voorstellen, want ik heb de laatste tijd niet veel kunnen fietsen en de griep en verkoudheid achtervolgt me al twee maanden. Naarmate de dag vordert voel ik dat het niet gaat zoals het kan en zou moeten. In Madrid een oud mijnwerkersdorp met op dit moment zo’n 300 inwoners (voornamelijk kunstenaars) houden we het voor gezien. We drinken een kop thee in een van de cafe’s en maken voor alle zekerheid een reservering voor een hotelovernachting in Santa Fé. Ook informeren we naar de mogelijkheid van een kampeerplek in de buurt van het dorp. We worden verwezen naar het park en het bijbehorende ‘sportcomplex’. Het stelt niet zoveel voor, maar voor ons een prima plek voor de tent. Ook horen we dat er elke werkdag een gratis bus naar Santa Fé rijdt vanuit het dorp. Deze vertrekt tussen 11.00 uur en 11.30 uur. Dat lijkt ons een prima idee, want ik merk dat het niet goed voor me is om morgen weer een bergetappe te moeten rijden. We zetten de tent op voordat het donker wordt, koken ons potje en kruipen op tijd de slaapzak in.

De volgende ochtend zorgen we dat we ruim op tijd voor de bus op de afgeproken plek aanwezig zijn. Zo op tijd zelfs dat we nog lekker een kop thee nemen op een terras in de zon, We genieten van de rust en aardige mensen in dit kleine dorp. In de V.S. is het heel vaak zo dat bussen een fietsenrek voor 3 fietsen voorop hebben. Heel handig wanneer zoals wij op de fiets bent en door omstandigheden de bus moet nemen. Na een uurtje komt de bus en zorg ik voor de tassen terwijl Ronald de fietsen op het rek plaatst. Dit moet je zelf doen, want het staat niet in de functieomschrijving van de chauffeur. Terwijl de bus ons naar Santa Fe brengt kijken wij naar buiten en vinden het heel jammer dat we deze mooie weg op deze manier moeten afleggen. We horen van de chauffeur dat je in Santa Fe voor $1.- de bus kunt nemen. Omdat ik me niet zo lekker voel, lijkt ons dat een goed idee. (Zou trouwens ook in Nederland  een goed idee zijn. Gewoon alle ritten in de stadsbus E.1,-. wel zo makkelijk voor iedereen).

We vinden al snel uit welke bus we moeten nemen naar het door ons besproken hotel en na 10 minuten wachten kunnen de fietsen ook hier weer voorop de bus en zorg ik dat alle fietstassen en de tent meegaan de in bus. De chauffeur vraagt waar we vandaan komen en is helemaal blij als hij hoort dat we uit Nederland komen. Zijn voorouders komen daar vandaan en als hij over een jaar met pensioen gaat, gaat hij zeker kijken in het land waar zijn roots liggen. Als dan ook nog blijkt dat hij muziek maakt in een band moeten er natuurlijk e-mailadressen worden uitgewisseld.  Hij laat ons, voor zover zijn route dat toelaat, zo dicht mogelijk bij het door ons gereserveerde hotel uitstappen. Of het een officiele halte is zullen we wel nooit te weten komen, maar vanaf de uitstapplek is nog zo’n 800m.

Maar op het moment dat ik de tassen uit de bus heb gehaald word ik zo ziek als een hond. Moet overgeven, maar mijn maag is leeg en ik kan bijna niet op mijn benen blijven staan. Ik moet eerst zo’n 10 minuten blijven zitten voordat ik heel voorzichtig 200m kan lopen. Dan moet ik weer overgeven, dus maar weer zitten en wachten totdat het iets beter gaat. Om een lang verhaal kort te maken, Na de derde keer overgeven kan ik echt niet meer. Mijn benen weigeren dienst en ik moet blijven zitten en later liggen. Gelukkig is het droog en schijnt de zon, want anders had ik het niet geweten. Na een half uur op straat te hebben gelegen gaat het iets beter en kan ik weer een klein stukje lopen. Ronald verplaatst intussen de bepakte fietsen een voor een en houdt mij in de gaten. We moeten nog 200m naar het hotel. Ik wist niet dat dat voor mij een bijna niet te overbruggen afstand is. Al met al hebben we er meer dan een uur over gedaan en moet ik bij aankomst in de lobby als de wiede weerga naar buiten omdat ik weer moet overgeven. We krijgen een kamer dichtbij de lobby zodat ik niet veel verder hoef te lopen. Nog een keer overgeven als ik in onze kamer ben en dan mijn bed in. Ik merk dat ik koorts heb, maar durf niet te drinken. Gelukkig is er een drogist vlakbij en ook een supermarket. Ronald haalt wat te eten voor zichzelf en een thermometer voor mij zodat we kunnen controleren hoe hoog de koorts is en of die hoger wordt in de loop van de dag.

Ik lig best lekker in dat warme bed en maak me nergens meer druk om. Ik heb meer dan genoeg aan mezelf. De koorts is behoorlijk en moeten we goed monitoren. Het is duidelijk dat we het met een of twee hotelovernachtingen niet gaan redden. Dus vraagt Ronald of we nog twee nachten kunnen bijboeken (in dezelfde kamer natuurlijk). Gelukkig dat is mogelijk.

Uiteindelijk heb ik drie dagen een stevige koorts gehad en een behoorlijk ‘jasje uit gedaan’. Na deze drie dagen begint de koorts langzaam te zakken. Het is wel duidelijk dat verder fietsen  niet mogelijk is. We moeten iets anders bedenken. Ronald vraagt of we nog een keer kunnen bijboeken en dat is mogelijk. Maar hoe komen we hier nu weg en terug naar Dirk? Er is maar een oplossing: een auto huren die we in Flagstaff kunnen inleveren. Het eerste verhuurbedrijf verhuurt alleen auto’s die ook weer in Santa Fe moeten worden ingeleverd. Maar bij de volgende is het geen probleem. Je betaalt dan wel de hoofdprijs, maar ja veel keus hebben we niet. Uiteindelijk ben ik na 6 dagen zover opgeknapt dat we naar Dirk terug kunnen. Daar toch maar naar de dokter gegaan en een antibiotica kuur van 10 dagen en pretnisolon voor 6 dagen meegekregen. Dat helpt gelukkig en nu maar hopen dat het echt over is en niet weer terug komt. Nu drie weken later gaat het een stuk beter, maar ik proef en ruik nog steeds niet helemaal goed.

De laatste week heb ik hier nog even kunnen ‘wintersporten’ (sneeuwruimen), want er viel zomaar twee keer een halve meter, maar omdat overdag de zon schijnt smelt de sneeuw inderdaad als sneeuw voor de zon. Het duurt dan ook niet langer dan een dag voordat de wegen weer sneeuwvrij zijn en ik nog een keertje naar Walnut Canyon National Monument kan fietsen.

 

 

Ronald is inmiddels alweer een week thuis en ik vlieg over drie dagen ook die kant uit. Als alles goed gaat ben ik donderdagochtend weer in Nederland.

 

~ door omaopafiets op maart 5, 2018.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: