Verenigde Staten 1995-2008

2002  El Paso- Durango-El Paso       2200km       8 weken

Dit was een reis die totaal anders zou verlopen dan we gepland hadden.  We vlogen op EL Paso, waar zoon Dirk studeerde aan de universiteit op een scholarship voor atletiek. Dat betekende voor hem dat hij elke 14 dagen een wedstrijd liep voor het universiteits team.  Voor ons betekende dit het ontdekken van een heel nieuw gedeelte van de V.S.

Nadat we helemaal bijgepraat waren en hadden kennisgemaakt met de vele nieuwe vrienden van Dirk  en enkele van zijn nieuwe professoren, werd het tijd om op pad te gaan. We hadden een afspraak in Durango Colorado, dus dat betekende richting het noorden. In maart en april kan het in deze streken verschrikkelijk hard waaien en dat hebben ook wij gemerkt. De meestentijds westenwind is gedurende de tocht niet onder windkracht 4 á 5 geweest. Nu is wind niet leuk, maar je fiets wat langzamer en maakt doorgaans je dagafstanden iets korter en dan lukt het wel. Helaas is dat laatste in dit dunbevolkte gebied niet mogelijk, tenzij je bereid bent voor 2 dagen water mee te nemen. We hadden  al snel door dat het niet de meest makkelijke tocht zou worden vooral door de grote open vlaktes waar we doorheen moesten. Zo fietsten we door de Very Large Array, een gebied waar meer dan honderd satelietschotels op rails staan opgesteld. Hier speurd  men dag en nacht de ruimte af naar een teken van leven uit outer space. De film ….. met Jody Foster is hier opgenomen. Als je wilt kun je het centrum bezoeken, want het zou Amerika niet zijn zonder een “visitor’s center”.

We zaten inmiddels op zo’n 2000m hoogte en dat betekende in deze tijd van het jaar flinke vorst gedurende de nacht. De bidons waren bij het wakker worden meestal volledig bevroren, maar de altijd schijnende zon loste dat probleem in no time op. Het bijzondere van deze high dessert is dat hoe hoger je komt, des te hoger de bomen zijn. Dit komt doordat er op hoogte meer neerslag is (sneeuw) dan in de droge woestijnachtige dalen. In tegestelling tot waar wij mee opgroeien: steeds kleiner wordende bomen en tot slot geen bomen meer. Na onze eerste passage over de “Continetal Divide”  werden we door de hevige wind gedwongen een rustdagte houden  in Pie Town. Ja juist, bekend vanwege de pie. In kleine dorpen zoals Pie Town is er vaak niet meer dan 1 winkel. Dat is dan vaak een soort “Winkel van Sinkel” en heel belangrijk voor fietsreizigers: je kunt hier meestal je  boek ruilen of er een kopen voor 50 cent. Ook op campings vind je dit fenomeen.

1998  Los Angeles- Durango   2000km      3 weken

Deze reis begon met de lange vliegreis. Van Amsterdam naar London en vervolgens een vlucht van 14 uur.

Om de stad uit te komen namen we een taxi en deze bracht ons naar San Bernardino. Van daaruit kon het avontuur echt beginnen. Koers naar het noord-oosten richting Death Valley. Via Trona, een dorp dat zijn (drink)water volledig krijgt aangevoerd via een pijpleiding. Hier werden we na enig rondrijden door de sheriff uitgenodigd om onze tent bij hem in de “tuin” ( een grote zandbak) te zetten. We hoefden niet te koken, want een “Meal Ready to Eat” was zo klaar. De volgende dag wachtte ons een hete etappe over een “rough road” door Panamint Valley. In september bereikt de thermometer in dit gebied regelmatig waarden boven de 40 graden C.

We zouden een onverharde weg naar een van de campings in Death Valley nemen, echter bij de afslag gekomen stond er een bord “Road Closed” . Jammer, maar in zo’n gebied moet je de hollandse gedachte “daar kan ik op de fiets wel langs” beslist laten varen. Op een gesloten weg gaat niemand je zoeken en bovendien wist niemand in dit verlaten gebied dat wij die weg zouden nemen. Na enige discussie was ook Ronald overtuigd dat we beter de gewone weg kon volgen om ons zelf niet in gevaar te brengen. Achteraf bleek dit de enige juiste beslissing, want de laatst 8 km van de onverharde weg was weggeslagen door regenval enkele weken daarvoor. We hadden het nooit zonder problemen gered om het hele stuk weer terug te fietsen naar de bewoonde wereld.

Na een nacht op de camping van Panamint Springs (een ware oase in deze grote leegte) vertrokken we heel vroeg om voor de grootste hitte Towns Pass te bedwingen. In Death Valley rezen de temperaturen tot boven de 50 graden en werden we gedongen de rest van de middag in de schaduw naast de winkel de grootste hitte voorbij te laten gaan. De fietsen werden zo warm dat we ons er aan brandden, wanneer we het frame beetpakten. Je bril even van je neus halen en er weer op terugzetten leverde meteen een brandblaar op, maar verder was het genieten van de adembenemende kleuren van het landschap in het zachte zonlicht van de namiddag.

Het volgende hoogtepunt van deze reis was een bezoek aan Las Vegas. Een heus pretpark voor volwassenen. Er zijn hier fruitmachines waar je geen geld in stopt, maar gewoon je creditcard. Beetje tricky vonden wij.

Na alle drukte van deze stad die nooit slaapt was het heerlijk om ondergedompeld te worden in de overweldigende natuur en stilte van Zion National Park. Het gebied waarvan de Mormonen op hun tocht naar het westen aanvankelijk dachten dat het Zion moest zijn. Na een zeer koude winter werden zij gedwongen hierop terug te komen en hebben zij zich uiteindelijk gevestigd op de plek waar nu Salt Lake City is.

Via Kanab vervolgden wij onze weg langs Grand Staircase Escalante National Park en fietsten we over de Glen Canyon stuwdam bij Page.

Nu waren we op het grondgebied van de Navajo Nation. Midden in hun reservaat ligt het Hopi Indian Reservation met zijn oude pueblo dorpen. Bij ons bezoek aan het dorp Polacca werden we erop gewezen dat er door de schoolkinderen dansen werden opgevoerd ivm de oogsttijd en de naderende herfst. Een zeer bijzondere ervaring te meer omdat we de enige niet locals bleken te zijn. Weer terug op Navajo gebied, besloten we langs Canyon the Chelly te fietsen. Een van de mooiste canyons die nog steeds door de oorspronkelijke bewoners wordt bewoond.

Na een bezoek aan “Four Corners” (het enige punt in de de V.S. waar 4 staten bij elkaar komen) lieten wij de woestijn achter ons en bereikten we de voet van de Rocky Mountains. Nog een berg moesten we over, voordat we Durango konden binnenrollen. In dit  historische Western stadje zouden we een paar dagen te gast zijn bij Bob, een vriend die we tijdens onze tocht van 1995 hadden leren kennen.

Hij stond erop om ons Mesa Verde National Park te laten zien en was zo aardig om ons met fiets en al naar Flagstaff te brengen. Daar begon onze terugreis. Eerst met de trein naar Los Angelos en vervolgens met het vliegtuig naar huis.

1997

Albuquerque- Salt-Lake City 1500km

Vliegreis Amsterdam- London-New York. Eén nacht hotel en vervolgens met de trein (in 3 dagen) via Chicago, waar we de huldiging van de Chicago Bulls konden meebeleven, naar Albuquerque.

Vanuit Albuquerque zijn we na een nacht kamperen in noordelijke richting vertrokken. Na 2 dagen fietsen waarbij we door verscheidene indianen reservaten reden was er net een nieuwe camping geopend in het Jemez Indian Reservation. Een heerlijk rustige plek, waar ons gewezen werd hoe we aan vers en koel water konden komen. Na nog 2 dagen en een nacht slapen in de tuin van een lokale sheriff, wachtte ons een onverharde weg met veel washbord en mul zand van 42km naar één van de mooiste indiaanse ruïnes uit de 8e tot 11e eeuw: Chaco Canyon. Een bijzondere plek, omdat hier op de langste dag de zon precies zijn stralen laat schijnen op een speciale plek op “Fajada Butte” een alleen staande grote rots. Deze oude stad was ooit het centrum van de indiaanse handel die tot ver in Mexico reikte. Ver weg van de bewoonde wereld heerst er een serene stilte en bijna magische sfeer.

We vervolgden onze tocht naar Durango, waar we alvast een voorproefje kregen van de Rocky Mountains. Via Dolores en een onverharde bergweg bedwongen we Lizzard Head Pass. Ons hoogste punt van deze reis was Telluride, tegenwoordig een toevluchtsoord van menig filmster. Hier bleven we 2 nachten, om zo genoeg tijd te hebben voor een “hike” in de bergen.

Er wachtten ons nog het nodige klimwerk op de fiets voordat we de San Juan Mountains achter ons konden laten op weg naar Arches National Park in Utah. Een park met de meest fantastische, door wind en water, gevormde rode rotsformaties. Hier besloten Dirk en Niels dat het voor hun tijd was om een dag aan het zwembad te liggen en konden wij de “rustdag” gebruiken om Arches op de fiets te verkennen.

Om in Salt Lake City te komen hadden we nog een flinke woestijn etappe voor de boeg. We moesten in 1 dag naar Price Utah. Zo’n 110km zonder enige voorziening. Dus alle waterzakken gevuld en voldoende fruit en eten in de tassen. Gaande weg werd het duidelijk dat we in het gebied van Butch Cassidy en zijn Wild Bunch waren beland. We ontmoetten zelfs een oude winkelier die ons vertelde dat hij als heel klein jongetje nog bij Butch op schoot had gezeten. Het was een goede man zei hij. Butch stal van de rijken om het aan de armen te geven. Een soort Robin Hood dus. Een mooi verhaal waar we nog lang over nagepraat hebben.

Tot slot hadden we ruim de tijd om alle gebouwen op Tempel Square in Salt Lake City te bezoeken en ons te laten voorlichten over het Mormoonse geloof. Natuurlijk hebben we ook in hun bibliotheek gezocht naar mogelijke bekenden. De laatste nacht brachten we wachtend op de trein op het station door. Na 3 dagen treinen waren we weer terug in New York voor de vlucht naar huis.

 

1995

Flagstaff – Denver 1500km 29 juni – 22 juli

Harrisburg – Washington 500km 23 juli – 3 aug

Vliegreis ; Amsterdam – London – New York. Vervolgens met de trein naar Flagstaff (duur 3 dagen). Daar zijn de fietsen in elkaar gezet en zijn we begonnen. We hadden een railpas van 30 dagen van Amtrak, de Amerikaanse treinmaatschappij.

Vanuit Flagstaff fietsten we noordwaards richting het Navajo Indian Reservation, want we wilden heel graag Monument Valley met eigen ogen aanschouwen. Via een detour fietsten we langs Sunset Crater en Wupatki National Monument. Indiaanse ruïnes uit de 9e t/m 13e eeuw. Voor ons niet zo oud, maar voor Amerika wel. We zouden er nog meer tegenkomen waaronder Betatakin Ruïns, onderdeel van Navajo National Monument. Hier konden we gratis kamperen op de camping één van de mooiste en stilste plekjes van onze reis. Het volgende hoogtepunt van deze reis was zoals al eerder genoemd een bezoek aan Monument Valley, waar de kinderen besloten een rustdag te houden en wij van de gelegenheid gebruikmaakten om de tour in de Valley niet met een jeep te doen, maar op de fiets!

Na 10 dagen woestijn was het goed toeven in het Ute Mountain Casino. De kinderen waren nog geen 21 en mochten dus niet gokken en eigenlijk ook niet naar binnen , maar het restaurant was wel bereikbaar. Op de weg terug naar de uitgang moest er natuurlijk toch even een fruitmachine geprobeerd worden. Op het moment dat Dirk (14 jaar) er geld in wilde stoppen (Ronald zat aan de knoppen), kwam er meteen iemand op ons af en moesten we doorlopen naar de uitgang.

Inmiddels waren we bij de voet van de Rocky Mountains aangekomen en dat betekende klimmen, klimmen en nog meer klimmen. Maar eerst zouden we nog een paar dagen logeren bij een voormalig tandarts in Durango. Hij nodigde ons uit toen hij ons zag lunchen, schuilend tegen de zon, onder het afdak van een “tradingpost” Dat we op de fiets waren en ook nog met kinderen , maakte zo’n indruk op hem, dat hij graag nader kennis met ons wilde maken. Voor de grap vroegen wij of het niets voor Bob (onze gastheer) zou zijn om met ons mee te fietsen naar Denver. Dat hij ons voorstel serieus nam zette ons even aan het denken, maar zijn vrouw was tenslotte al in Denver en dit was een mooie gelegenheid om zijn fiets eens onder het stof vandaan te halen vond hij.

Het was wel even wennen, zowel voor ons als voor Bob. De eerste pas die we over moesten (Wolf Creek Pass) was ook meteen de zwaarste, maar we kwamen allemaal boven zonder te lopen. Bob wees ons de mooiste plekjes en bleek een goede gids. Na nog 5 bergpassen, een bezoek aan Florissant Fossil Beds en het Olympic Training Centre in Colorado Springs kwamen we als “vrienden voor het leven” aan in Denver, waar we kennis maakten met Lynn, de vrouw van Bob. Hier scheidden, na eerst nog een heuse Baseball wedstrijd te hebben bijgewoond, onze wegen. Bob ging met de auto terug naar Durango en wij verder met de trein naar het oosten.

In Harrisburg Pennsylvania gingen we op zoek naar de Amish, waarna onze tocht tenslotte eindigde in Washington DC waar een bezoek aan de Mall, het Air and Space Museum en nog veel meer op het programma stond.

Amish County

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: